Reisverslag Jan van 't Spijker babyhuis Ruama - september 2008

Ik was even in Marromeu...

Op weg naar Mozambique om een bezoek te brengen aan het babyhuis Ruama in Marromeu. Samen met een vriend, Richard Bos uit Zwijndrecht. Met in onze koffers kilo’s met kleertjes... Onderweg is de vraag er: Wat zal ik er aantreffen? Hoe gaat het daar? Hoe is het met de kinderen? Hoe draait het team? Hoe gaat het met Jannie en Stef? Wat werkt het uit? Allemaal vragen die me door het hoofd spelen.

Ergens in 2004 was ik er voor het laatst, niet lang voordat ons gezin definitief vanuit Mozambique terugkeerde naar Nederland. Maar we kunnen Marromeu niet vergeten. Al was het alleen maar omdat onze kinderen via het babyhuis van Jannie Kruize bij ons zijn gekomen. Daarom voelen we ons erbij betrokken. En kijk ik er naar uit om het weer met eigen ogen te kunnen zien.

De reis is lang. Via Madrid, Johannesburg, Blantyre (Malawi) naar Mocuba (waar ik zelf woonde tot 2004) en dan door naar Marromeu. Dat betekent dat ik de rivier de Zambezi over moet steken. Elke keer weer een avontuur. Althans, zo was het altijd: afwachten of de pont het wel doet, of jij er op kan komen... Nu gaat het soepel. Gestroomlijnd. Zelfs te vlot, want terwijl ik met de auto op de pont sta, blijkt Richard nog op de kant te staan. En de pont is al van wal gestoken. Voor de laatste overtocht vóór de twee uur durende middagpauze. Gelukkig zijn er kano’s die (tegen een wel wat erg forse betaling) ook mensen over willen zetten. Al voelt onze Mozambikaanse reisgenoot zich lang niet veilig in de kano vanwege de nijlpaarden en vooral de krokodillen in de Zambezi.

Alles lijkt beter te worden in Mozambique. En dus gaat reizen ook een stuk sneller. Hoewel, het laatste stuk, van de rivier naar Marromeu is nog altijd dansen en springen over een 110 kilometer lange zandweg. Maar we komen er en stappen uit. Opgelucht dat twee en een half uur dansen en springen, me vasthouden en af en toe flink mijn hoofd stoten tegen het autodak ten einde is.

We zijn er en voelen ons meteen welkom. De koffie smaakt heerlijk; de bedden worden opgemaakt en we steken de handen uit de mouwen. Want er is altijd van alles te doen. Klusjes die op zich niet zo veel tijd vragen maar die juist daarom vaak blijven liggen. Zoals het schilderen en ophangen van de naamborden van de huizen. Richard ontpopt zich als een heuse kunstenaar. Je zou hem er rustig zo weer naar toe laten gaan om...! Want er is en blijft nog veel meer te doen.

Maar er gebeurt ook veel. Ik kijk m'n ogen uit. In het eigenlijke babyhuis. In het gezinshuis Tobias. In het schoolgebouwtje. In het melkhuisje. Daar komen de ouders met hun kinderen. En ik zie dat het melkproject meer is dan alleen wat melk uitdelen. Ze wegen de kinderen. En ze schrijven het allemaal op en leggen de informatie op die manier vast. Hier zie ik het gebeuren, die heel basale maar o zo belangrijke hulp en vooral de aandacht. Die als een stimulans werkt voor de ouders om goed voor hun kinderen te zorgen. Zodat die kinderen ook sterker worden.

Het is allemaal zo praktisch. Maar het werkt wat uit. En het stimuleert om door te gaan. Deze hulp, wat Ruama hier doet, betekent wat! Ik maak terwijl ik daar rondloop, keeldichtknijpende momenten mee. En ik word er stil van. Wij in Nederland met onze consultatiebureaus, met onze medische zorg, sociale zekerheid en noem het allemaal maar op, ..., ik voel me bevoorrecht. Waar verdienen wij het allemaal aan?

Het beleid van het huis is dat ze kinderen tijdelijk opvangen, zolang ze extra zorg nodig hebben. Daarna gaan ze – als het ook maar even kan – weer terug naar huis. In de afgelopen jaren hebben ze zo veertig kinderen weer teruggeplaatst naar de eigen familie. Ruama blijft die families (en dus de kinderen) bezoeken.. In een duidelijke regelmaat: eerst iedere maand, en na een tijdje om de drie maanden. En het is geweldig te kunnen zeggen dat het terugplaatsen vrijwel altijd lukt.

Die bezoeken vergen veel tijd. De families wonen in een wijde straal om Marromeu heen. De mensen van Ruama moeten heel wat kilometers afleggen. Maar het is belangrijk werk, waarbij ze ook doelbewust de families bezoeken van de kinderen in het babyhuis die nooit bezoek krijgen.

Dan is er het melkprogramma. Aanvankelijk is het opgezet in de tijd na de overstromingen toen er echt honger dreigde. Uit de hele omgeving kwamen de ouders met hun kinderen melk halen. Er zijn periodes geweest dat er een kleine 100 kindermonden gevoed werden. Momenteel zijn er 50 kinderen die op de lijst staan, die wekelijks melk krijgen, en waar ze de ontwikkeling van de groei 'begeleiden'.

Een aantal kinderen dat de extra hulp niet meer nodig heeft, krijgt nog wel regelmatig bezoek om – als dat nodig is – nog wat extra hulp te ontvangen.

Zo kijk ik rond. En ik zie heel wat. En ik praat heel wat af. Want aan de ene kant zie ik duidelijk vooruitgang in Mozambique. Er zijn steeds meer dingen te krijgen. Maar de prijzen zijn geweldig hoog. En dat is de andere kant. Voor sommige producten moeten ze nu, vergeleken met 4 jaar geleden, het dubbele betalen. Daar schrik ik van. Omdat het werk groeit. En er zoveel te doen is. En de mensen van Ruama ook graag zoveel mogelijk willen doen. Om concreet te helpen...! Maar als de prijzen zo stijgen, ook omdat de dollar toch steeds minder waard wordt, hoe moet het dan?

Ruama betekent: liefde, ontferming. Die wil het team van Ruama zichtbaar maken. Daarbij zoeken ze naar mogelijkheden dat zo duidelijk mogelijk te doen. Omdat het uiteindelijk gaat om de ontferming van God die zichtbaar geworden is en die zichtbaar mag worden.
In woorden en daden!
In een blik melk en een in aandacht!
In een veilig plekje voor kinderen die anders kansloos zouden zijn...

 

Ik was even in Marromeu...
Wat heb ik veel gezien. Wat wordt er veel gedaan.
En wat is het de moeite waard...!
Om door te gaan.
Om Ruama te blijven steunen.

Jan van 't Spijker


Terug naar de Hoogeveen - Mozambique pagina