Gelezen...

Heb IK het hier voor gedaan?

Het begon allemaal halverwege december. Ze hadden dat jaar besloten om elkaar voor de verandering eens niet met Sinterklaas, maar met de kerst kadootjes te geven, inclusief gedicht en surprise welteverstaan. Ze hadden lootjes getrokken en er hing voortdurend een gezellige, geheimzinnige sfeer in huis.

Op elke slaapkamer deur hing wel een briefje met ‘Niet storen – Bezig met een surprise’ of iets wat er op leek. Je herkent het vast wel… Ongeveer een week voor Kerst zat Johan ’s avonds in de huiskamer met een schrijfblok op schoot, wanhopig proberend een origineel gedicht op papier te krijgen. Het zal wel een uurtje of negen zijn geweest toen de bel ging. Met een diepe zucht slofte hij naar de deur, intussen bedenkend waar hij een euro voor de noodlijdende collectant, die ongetwijfeld voor de deur zou staan, vandaan moest halen. De man die op de stoep stond was inderdaad noodlijdend. Maar ’t was geen collectant. Hij droeg een lange, donkere jas, een oude spijkerbroek en hij had iets om wat op een sjaal leek. Het was minstens een week geleden dat ‘ie zich geschoren had en aan de geur in te schatten had hij ongeveer even lang niet fatsoenlijk gedoucht.

‘Het spijt me dat ik zo laat nog stoor’, verontschuldigde hij zich, ‘Ik ben de hele dag al op zoek geweest naar een plek om te slapen, maar er is niemand die me binnen wil laten.’ Johan had grote moeite om niet heel hard te gaan lachen. Dat overkwam hem weer! Hij bedoelde: hoe vaak gebeurt het nou dat er een wildvreemde kerel op de stoep staat die vraagt of ie mag komen logeren?? Gelukkig kwam net op dat moment z’n vader de trap af. De zwerver deed een stap naar voren. ‘Ah, meneer, ik vroeg net aan uw zoon of u misschien nog een bed over heeft vannacht. Weet u, het is ontzettend koud buiten en ik kan nergens terecht.’ ‘Ik weet niet…’ begon m’n vader aarzelend, ‘Ik eh, ken u niet en ik weet niet wat mijn vrouw hier van vindt…’ ‘Meneer, alstublieft… Ik weet dat dit nog al vreemd lijkt, maar ik kán niet anders. Het is maar voor een paar dagen, hooguit een week…’ ‘Een week?!’ riep m’n vader, ‘Ik denk niet dat dit zo’n goed idee is. Dag meneer.’ Hij wou de deur dicht doen, maar de zwerver zette z’n voet ertussen. ‘Alstublieft. Dit is de laatste keer dat ik het u vraag. Ik wil u best betalen voor de onkosten, als ik maar een dak boven m’n hoofd heb. Alstublieft…’ Johan zijn vader zuchtte een keer en keek naar z’n schoenen. ‘Weet u wat,’ zei hij uiteindelijk, ‘u kunt vannacht in ieder geval hier slapen, maar morgen moet u weer weg.’ ‘Dat is heel vriendelijk van u,’ zei de man en hij stak z’n hand uit, ‘Ik ben Jozua’.

Dusss… het ene moment zit je een gedichtje te schrijven en het volgende moment slaapt er een één of andere vage gast genaamd ‘Jozua’ op de logeerkamer… De volgende ochtend verscheen hij keurig op tijd aan het ontbijt. Hij had zich zowaar gewassen, dus kon je er naast zitten zonder spontaan over je nek te gaan. Johan had stiekem verwacht dat ie onwijs honger zou hebben, en hele ladingen brood naar binnen zou werken. Maar dat viel mee. Hij at hooguit drie sneetjes, keurig met mes en vork. Er hing een beetje een geladen stilte aan tafel, niemand wist goed wat ‘ie moest zeggen. Totdat Johan z’n vader uiteindelijk maar het woord nam. ‘Weet u… mijn vrouw en ik hebben het er eens over gehad en we zijn van mening dat u mag blijven. In ieder geval tot en met de kerst. We verwachten wel van u dat u betaalt voor kost en inwoning…’ Johan keek m’n vader met grote ogen aan. Doe normaal! Je laat toch niet zomaar zo’n vieze kerel een week lang logeren! Met de kerst nog wel! Da’s lekker gezellig… ‘Verder willen we graag dat u zich aanpast aan ons, dat betekent dat we gezamenlijk ontbijten en avondeten… en we zouden het op prijs stellen als u zondag met ons mee zou gaan naar de kerk.’ ‘Dat is allemaal geen probleem’, zei Jozua, ‘ontzettend bedankt dat u dit voor mij wilt doen.’ ‘Het is een kleine moeite,’ glimlachte moeder terwijl ze haar kinderen één voor één aankeek met een blik van ‘waag het niet om commentaar te leveren…’ De eerste paar dagen probeerde Johan Jozua zoveel mogelijk te ontlopen. Hij vertrouwde ‘m niet helemaal maar hij wist niet waarom. Want hij had helemaal geen last van ‘m. Hij was heel rustig en beleefd, en op een avond had hij zelfs gekookt!

De eerste zondag dat ‘ie er was ging Jozua dus ook mee naar de kerk. Voor de gelegenheid had hij wat kleren van Johan z’n vader aangetrokken én hij had zich geschoren: een hele verbetering, dat kon je wel zeggen! Volgens Johan was hij nog nooit eerder in een kerk geweest, want hij had geen enkel idee wat er allemaal gebeurde. De hele dienst zat ‘ie een beetje verdwaasd voor zich uit te staren en hij leek haast opgelucht toen de dienst afgelopen was. Thuis kwam er weer es een hele discussie over de preek op gang. ‘Hij had dus weer écht níets te melden vanochtend,’ mopperde m’n vader, ‘het is élke keer hetzelfde liedje: Jezus is liefde, en nu kunnen we weer naar huis.’ ‘Jezus ís ook liefde,’ zei Jozua ineens hard. Iedereen keek ‘m verbaasd aan. Even leek hij niet goed te weten wat hij moest doen. Toen stond ‘ie op en verliet de kamer. ‘Nou zeg,’ mompelde Johan z’n broertje, ‘vaag figuur…’ ‘Ik dacht dat ‘ie helemaal niet geloofde,’ zei zijn zusje. Maar wat wisten ze nu eigenlijk van Jozua?? Niets… De woensdag daarop kwam Johan fluitend de logeerkamer binnen om wat schone handdoeken en kleren voor Jozua te brengen. Jozua zat op z’n knieën voor het bed te bidden. ‘Oh sorry,’ mompelde Johan met een rood hoofd en wou de kamer weer uit lopen. ‘Geeft niet, kom rustig even binnen.’

Niet goed wetend hoe hij zich een houding moest geven, legde Johan de spullen op het bed. ‘Komend weekend is het kerst…’ Jozua staarde voor zich uit. ‘Ja, ik heb d’r echt zin in!’ begon Johan enthousiast, ‘We gaan morgen met z’n allen een kerstboom uitzoeken, en zaterdagavond doen we de cadeautjes…’ ‘Cadeautjes?!’ Jozua keek Johan niet-begrijpend aan. ‘Cadeautjes ja, je weet wel…’ Jozua schudde z’n hoofd. ‘Wat heeft dat met kerst te maken?’ ‘Nou eh… op zich niets, maar kerst gaat toch ook voornamelijk om de gezelligheid?!’ ‘Is dat waar het voor jou om draait??’ Jozua keek me strak aan. Voor het eerst keek de man hem recht in z’n ogen en Johan schrok… De dagen daarna waren gezellig druk. Ze haalden een kerstboom die ze met z’n allen uitgebreid versierden. Jozua stond er stilzwijgend naar te kijken. Die vrijdag gingen ze uitgebreid boodschappen doen en kwam Johan z’n vader thuis met een onwijs kerstpakket van z’n werk. Ze waren allemaal druk en vrolijk… ze hadden zin in kerst! Eerste Kerstdag gingen ze weer naar de kerk. Ze zeiden tegen Jozua dat hij niet persé mee hoefde als hij dat liever niet wilde. Maar Jozua zei dat ‘ie graag meeging, dus gingen ze met z’n allen. Behalve moeder dan, want die bleef thuis om te koken. Het was een saaie dienst. Het was écht saai. Johan zijn vader zat op een gegeven moment zelfs te slapen! ‘Toch lekker dat je eventjes een half uurtje kunt bijtanken,’ was zijn commentaar toen ze hem er thuis lachend op wezen. ‘Ach jongens, wat maakt het uit…’ zei m’n moeder, ‘het eten is klaar, we kunnen aan tafel!’ Ze had ook dat jaar weer flink haar best gedaan om iets bijzonders op tafel te zetten en ze genoten met z’n allen van het eten. ‘Is er vanmiddag nog kerk eigenlijk?’ wilde Johan z’n broertje weten. ‘Ja, maar we blijven wel thuis,’ antwoordde moeder. ‘Ik moet nog een gedicht schrijven,’ voegde ze er met een knipoog aan toe. Je hoefde al niet eens meer naar Jozua te kijken om te weten dat ‘ie zachtjes z’n hoofd schudde. ’s Avonds stonden alle kadootjes keurig onder de kerstboom, met gedicht en al! In vaders kerstpakket zat ook een kerst-cd, die ze er voor de sfeer maar bij aan zetten. Het was een gezellige avond. Ze hadden in een scheur gelegen om de gedichten en surprises die in elkaar waren gedraaid. En, eerlijk toegegeven: de wijn op tafel hielp ook wel een beetje…

Maar opnieuw voelde Jozua zich niet op z’n gemak. Niet dat hij het zo nadrukkelijk zei, maar je zag het aan ‘m. Hij keek Johan ook een aantal keren aan met een blik in z’n ogen alsof hij hem iets duidelijk wilde maken, maar hij begreep hem niet. Op een gegeven moment haalde Johan z’n moeder een pakje tevoorschijn die ze aan Jozua gaf. ‘Hier,’ zei ze, ‘Jij hoort er vanavond ook een beetje bij.’ Jozua zette het pakje op tafel. Zonder het open te maken liep hij naar boven. ‘Ik snap die kerel écht niet,’ zuchtte moeder. ‘Kom op,’ probeerde vader opgewekt te klinken, ‘we laten onze avond hier niet door verpesten.’ En dus brachten ze de rest van de avond zonder Jozua door. Toen Johan aan het eind van de avond met een dienblad vol kadootjes de trap op liep, besloot hij om toch even bij Jozua om het hoekje te kijken. Hij klopte zachtjes op de deur… Geen antwoord. Voorzichtig deed hij de deur open. De kamer was verlaten. Geen Jozua. Hij begreep er helemaal niets meer van! Hij kon toch niet zomaar zijn vertrokken?! Net toen Johan de kamer weer uit wou lopen om het aan z’n ouders te vertellen zag hij op z’n kussen een briefje liggen: Is dit alles? Noemen jullie dít Kerst?! Heb IK het hier voor gedaan? Het drong niet direct tot Johan door. Het duurde ontzettend lang voordat hij het doorhad. En toen hij het eindelijk doorhad, sloeg het in als een bom. Met knikkende knieën liep hij naar z’n kamer en keek uit het raam of hij Jezus toevallig nog ergens zag. Natuurlijk niet… Johan had zich nog nooit zó vreselijk stom en schuldig gevoeld en wist niet of dat gevoel ooit nog weg zou gaan. Het briefje heeft Johan nooit aan iemand laten lezen, maar Kerst is voor hem nooit meer hetzelfde geweest…