Gelezen...

Een goede reis

Een goede reis. (Hebreeën 11 : 8 – 10)

Elk jaar gebeurt het weer. Honderdduizenden mensen  maken plannen voor een reis, in eigen land of naar een verdere bestemming. Op vakantie. Even op adem komen. Nieuwe indrukken opdoen. Even genieten van de heerlijke warmte in zuidelijke landen. Even de accu weer opladen.
Op reis met de fiets, de auto of het vliegtuig. Met een tent, een caravan, of in een hotelkamer. Het lijkt soms net een grote volksverhuizing.

Maar toch aan het eind van de vakantie verlangen mensen toch weer naar huis. Je bent ook op doorreis. Je vestigt je daar niet blijvend. Je bent eigenlijk een vreemdeling in een vreemd land. Je wordt niet één van hun. Je blijft een voorbijganger. Je zoekt je eigen vaderland weer op. En de herinneringen aan het verre land blijven.
In Hebreeën 11wordt gesproken over mensen die ook een vaderland zoeken. Daar wordt gesproken over aartsvaders. Met aartsvaders worden bedoeld: Abraham, Izaäk en Jakob. Ze hebben ontzettend grote reizen gemaakt, met name Abraham. Uit het zuiden van Irak, via de rivierbeddingen van Eufraat en Tigris naar het Noorden en dan via de Jordaanvallei naar het zuiden van Kanaän.
Door het geloof heeft Abraham het vertrouwde Ur verlaten. Ook de beschermende muren van de stad vaarwel gezegd. Gehoorzaam aan de roepstem van God. Comfort en veiligheid opgezegd. Wonen in tenten.
Een tent is gemakkelijk voor wie trekt, maar ook kwetsbaar en wankel. Bovendien is het wonen op het platteland in het open veld minder veilig dan wonen in de stad. Woonde je in tenten dan was je een weerloze prooi voor roversbenden.
Abraham, Hij was een vreemdeling in een vreemd land, een buitenstaander. Hij had kunnen denken: ik heb het hier wel gezien. Ik ga weer terug naar mijn oude stek. Naar mijn geboortegrond, het vruchtbare land langs de Eufraat. Maar hij doet het niet. Hij is op zoek naar het beloofde vaderland. Hij weet ik ben op doorreis. Niet naar een aardse bestemming, maar de hemelse bestemming, naar de beloften van God. Hij verwacht een beter vaderland.
Hoe zie je iets van dat vaderland? Door het geloof!
Het geloof is een soort verrekijker waarmee je de dingen dichterbij haalt. Je tuurt en tuurt en door de verrekijker wordt er ineens veel meer zichtbaar. Dat ervaar je op een hoge bergtop. Even de verrekijker en een prachtig uitzicht ontvouwt zich voor je ogen.
Wij hebben veel mogelijkheden om te kijken. Een bril, die zwakke ogen de juiste sterkte geeft. Een microscoop, die de kleinste onderdelen van een cel laat zien. De televisie die je overal op deze wereld een stukje kan laten zien. Er is veel te zien. Je hebt soms ogen tekort. Maar wat een verrekijker je niet kan laten zien en wat op TV niet in beeld komt is het hemels vaderland, de stad van God. Die zie je door het geloof, door de beloften van God. Dan kijk je over de grenzen van dit leven heen. Naar het nieuwe Jeruzalem, de stad van God. Je leeft bij iets wat nu nog geen werkelijkheid is, maar wat in de verte wenkt.
Abraham leefde uit de belofte en zag uit naar het nieuwe vaderland, waar hij zich welkom thuis mag weten.
Wij hebben nog veel meer gezien. We hebben van Jezus gehoord, van zijn komen in de wereld, van Zijn Kruis en Opstanding En Hij heeft beloofd: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. Wat een belofte, ook als je niet meer op vakantie kunt. Als je lichaam het niet toelaat of andere oorzaken. Het vaderland is echt beloofd. En wat God beloofd heeft maakt Hij ook werkelijkheid. Er is echter een groot verschil tussen een vakantiereis en de reis naar het hemels vaderland. Een vakantie reis daar hangt een kostenplaatje aan. En in het hoofdseizoen is dat best een behoorlijk bedrag. Maar de reis naar ‘het vaderland’ is gratis, uit genade. We reizen op kosten van Jezus Christus. Hij heeft met Zijn bloed gekocht en betaald. Ik zou zeggen daarom zeker de moeite waard om dat vaderland te zoeken.
Ik wens u en jou dan ook een goede reis en een behouden ‘Thuiskomst’.